Door Marc Jan Gieselink - 023Magazine/Haarlem en wijde regio/Sport, Voetbal, Koninklijke HFC - Er wordt wel gesteld dat de KNVB de grootste vereniging van Nederland is. Bij benadering zijn zo’n 1 miljoen Nederlanders via de lokale voetbalverenigingen lid van deze Koninklijke organisatie.
Dat lijkt enerzijds weinig, maar gezien het aantal Nederlanders dat in ons koninkrijkje wonen, is het stiekem toch wel erg veel. Waarschijnlijk hebben alleen Curaçao en Gibraltar relatief meer geregistreerde voetballers per 100 inwonenden.
Misschien is de (voorloper van de) KNVB ook de oudste vereniging van Nederland. Oorspronkelijk opgericht als de “Nederlandschen Voetbal- en Athletischen Bond (NVAB)” door een zekere Pim Mulier. Een persoon die enige bekendheid geniet bij onze club die wordt gezien als de oudste voetbalclub in de lage landen. Daarbij de vraag of de in Witmarsum (Friesland) geboren Pim Mulier als Fries moet worden betiteld of als Haarlemse Hollander. Hoe dan ook is Pim Mulier instrumenteel geweest voor zowel de rugbysport; de voetbalsport alsmede voor de Atletiek in Nederland. Vandaar de oprichting van de NVAB.
Deze Pim Mulier heeft ook op zeer jonge leeftijd aan de wieg gestaan van een andere koninklijke organisatie, namelijk de Koninklijke HFC. Een club met een ledenaantal van bijna 1900 en dat spelend op slechts 5½ velden. Daarnaast helpt het niet dat voorlopig het 1ste veld fungeert als bouwput voor het ongelooflijk mooie nieuwe clubhuis annex tribune dat op het ogenblik nog onder constructie is.
Ook ik kan niet wachten om de schoonheid van ons nieuwe toekomstige onderkomen te aanschouwen.
Daarnaast blijkt dat er naast de ongeveer 1900 leden nog een groot aantal mensen direct of indirect verbonden is bij de Koninklijke. Trots geven niet-leden aan hoe zij toch bij HFC betrokken zijn. Duidelijk is evenwel dat leden moeite hebben om bij het ouder worden, afscheid te nemen van de Koninklijke. Dat verklaart mogelijk dat de club de mannen die reeds (ver) halverwege de veertig zijn en die vinden dat er nog niet aan stoppen kan worden gedacht, de mogelijkheid geeft om actief lid te blijven.
Kortom, om met de woorden van Van Kooten & De Bie te spreken: “Voor deze oudere-jongere voetballers is er ook ruimte om te blijven excelleren”. Of zoals één van de spelers van de veteranen-elftallen verwoodde: “Zorg dat je in drie keer raken zo dicht mogelijk bij het doel van de tegenstander bent, want waarschijnlijk zijn we mogelijk de bal daarna al weer kwijt”.
Helaas neemt ook de blessure-gevoeligheid van deze mannen toe, hetgeen de noodzaak van een brede selectie laat toenemen. Hadden wij 45-PLUS veteranen toen we jong waren wel eens last van een krampje; na de magische leeftijdsgrens van 45 jaren te hebben gepasseerd, steken allerlei kwalen de kop op. Enerzijds hebben wij soms geen idee hoe we nou weer aan deze blessure komen; anderzijds duurt het soms een eeuwigheid voordat de betreffende blessure overwonnen is......met het realistische risico dat de volgende blessure zich alweer meldt. De selectie van de individuele veteranen elftallen is daarom minstens zo groot als van de Koninklijke Zondag-1 (redactie: meer dan 30 spelers per veteranenteam).
Natuurlijk is het voetballen tijdens de eerste twee helften bijzaak; veel belangrijker is de gezelligheid en de uitgebreide nabespreking tijdens de derde helft. Kortom, er is voldoende gelegenheid om de wekelijks opgebouwde irritaties en ergenissen van je af te voetballen, zodat deze frustraties op het voetbalveld achter kunnen blijven.
We zullen waarschijnlijk nog een paar jaar moeten wachten op de jongere-oudere voetbalsters.



